De Nieuwe Hollandse Watelinie

Vestingstad Gorinchem

Locatie: 51°49'48.41"N    4°58'31.00"O

Auto parkeergelegenheden:

Parkeren in Gorinchem is niet duur, vooral niet in de parkeergarages.
En op zondag is het gratis.

Ga naar: Parkeer informatie

Dit is een plattegrond van Gorinchem uit 1649, met daarop de vestingwallen zoals ze in 1600 gereedgekomen waren, met 11 Bastions en 4 Stadspoorten.

In deze vorm werd Gorinchem de hoeksteen van de oude Hollandse Waterlinie, welke in 1672 voor de eerste keer in werking gesteld werd. 

Later werd Gorinchem ook een belangrijke vestingstad in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, welke tussen 1815 en 1890 gemaakt en verbeterd werd.

Gorinchem is de grootste vestingstad in de Hollandse Waterlinie.

 

De nieuwe vestingwallen werden een stuk wijder om het bebouwde gedeelte van de stad aangelegd.
De zwarte lijn geeft het tracé van de middeleeuwse stadsmuren aan.

Dit werd niet alleen gedaan met het oog op toekomstige uitbreiding van de huizen, maar vooral, om binnen de stadsmuren moestuinen aan te leggen. En ook vee binnen de stadsmuren te kunnen houden, ten tijde van een beleg. Hierdoor kon de stad een beleg langer uithouden.

De Bastions zijn tegen de klok in genummerd.

Net voordat het werk aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou starten, werd Gorinchem belegerd door de Pruissen, in de winter van 1813-1814.

De geallieerde legers binnen Europa dreven Napoleon terug.

Napoleon wees Gorinchem aan, als de vesting, welke de Franse terugtocht uit Nederland moest dekken. Zo zouden de Pruissen opgehouden worden, terwijl de hoofdmacht ordelijk terug zou kunnen trekken naar Frankrijk.

Als voorbeeld ziet u een gravure van de belegering door de Fransen van Willemstad in 1793. De belegering door de Pruissen van Gorinchem, zou er hetzelfde uitgezien hebben.

Links ziet u "bommen" met brandende lonten door de lucht vliegen. Rechts onder ligt een voorraad "bommen".

De Pruissen omsingelden Gorinchem 3 maanden lang en "bombardeerden" de stad".
Daarna besloot de Franse commandant, generaal Rampon, dat hij de Pruissen lang genoeg bezig gehouden had en capituleerde.

Op de foto de schade aan de molen op Bastion 6, veroorzaakt doordat de Pruisische artillerie een kruitopslag (kisten met kardoezen) bij de molen raakte.

Rechts is te zien, hoe de kanonnen achter een borstwering (voorzien van embrasures), op de vestingwallen opgesteld werden.

Het kanon op de voorgrond heeft een veldaffuit. De twee op de achtergrond staan op een azimuthaal verstelbaar vestingaffuit met terugslagslede.

Heden op Bastion 8, staan deze 24 ponders, eveneens op een azimuthaal verstelbaar affuit met terugslagslede. Helaas is de borstwering niet teruggebracht. Het effectieve bereik van deze kanonnen was ca. 2km.

Gedurende het beleg gebruikten de Fransen deze kanonnen om de Pruissen te hinderen bij het maken van Geschutsbatterijen aan de overzijde van de rivier. Ook werd met deze kanonnen geschoten op troepenbewegingen aan de overzijde van de rivier en op de Hollandse kanonneerboten, welke de rivier op en neer voeren. Ze schoten zelfs op de Pruisen in Woudrichem, met maximaal bereik van iets meer dan 2 km en vernielden daarbij vele huizen.

Nu wil ik wat uitleggen over het z.g. "bombarderen" van Gorinchem.

Het vliegtuig was nog lang niet uitgevonden, dus "bombarderen" betekende toen, dat de Pruisen de stad beschoten met buskruit gevulde exploderende kanonskogels, "bommen" genoemd.
De Gorinchemse bevolking noemde deze "Houwitzers", wat eigenlijk de benaming was van de betreffende kanonnen.
Op deze foto zijn dergelijke (maar wat grotere) mortierbommen te zien.

Na 2 weken beschieting, was ca. 70% van de huizen in Gorinchem verwoest of zwaar beschadigd, inclusief de kerk en het ziekenhuis. Dit beleg gaf al een indicatie, dat een vestingstad een verouderd concept geworden was.

Zo ziet Gorinchem er tegenwoordig uit.

Aan de linkerzijde is anderhalf bastion van de vesting afgesneden, door het kanaal, aangelegd tussen 1887 en  1893.

Het overgrote deel van de vestingwallen is min of meer in originele staat en is een goed voorbeeld van het Oud-Nederlandse vestingsysteem.

In vergelijking met de plattegrond uit 1649, is ook te zien, dat er rechts enige uitbreiding van de vestingwerken heeft plaatsgevonden. Dat is aan de oostzijde van de vesting.

Dat is rond 1672 gebeurd. Dit is dat gebied op de topografische kaart.

In de gracht waren 3 verdedigings- eilanden, z.g. "Ravelijnen".
Veel later, toen Gorinchem de vestingstatus verloor, werd de rivierdijk rechtdoor getrokken over de onderste Ravelijn en over de vestingwal.

Ook waren er z.g. "Enveloppen" gemaakt, bestaande uit een zigzag lopend pad, langs de buitenoever van de vestinggracht, met daarvoor een z.g. "Glacis".

Een Glacis is een terrein gedeelte voor de gracht, wat licht oplopend gemaakt wordt van het veld naar de gracht toe. Bij het pad langs de buitenoever van de gracht is het Glacis opgelopen tot 2m hoger dan het pad, waardoor de verdedigers hier ongezien kunnen bewegen.

Het pad is voorzien van een kleine verhoging, een z.g. "Vuurstep".

Een man met een musket kon hier op stappen en stak dan met hoofd en schouders boven het Glacis uit en kon zijn Musket afschieten, met daarbij een vrij schootsveld over het Glacis.
Tussen het veld en het Glacis was dan weer een smalle gracht, welke op deze kaart gedeeltelijk is verdwenen.

Dus dit geheel was een voor- verdedigingssysteem, om de vijand zo lang mogelijk op afstand te houden.

De Ravelijnen zijn nu niet erg herkenbaar.
Eén is dichtbegroeid met bosjes en op de andere zijn volkstuinen gemaakt.

Maar aan de vijandzijde is nog een lage wal herkenbaar.

Op deze Ravelijnen werden Musketiers opgesteld en ook wel kleine kanonnen.

De soldaten roeiden in roeiboten van en naar de Ravelijnen.

Dit is het meest noordelijke Ravelijn.

Er is geen profiel zichtbaar.
Door de dichte begroeiing is het nu een vogelparadijs.

Napoleon in eigen persoon bezocht Gorinchem een paar maal, omdat de hoofdroute van Amsterdam naar Breda, Brussel, Antwerpen en Parijs via het grote veer over de Merwede bij Gorinchem liep.
Wanneer hij moest overnachten, reed Napoleon op zijn paard graag over de vestingwallen.

Op 5 oktober 1811 gaf hij instructies, ter verbetering van de verdediging van Gorinchem.

Eén van de verbeteringen was deze z.g. "Poterne", welke het brengen, of terugtrekken van troepen in de voorverdediging versnelde.
Napoleon besefte dus het belang van een voorverdediging.

Hier ziet u, hoe een z.g. gebastioneerd front, voorzien van Ravelijnen en Envelopen, volgens het oud Nederlandse vestingsysteem, werkt.

Dit systeem gaat rond de gehele vestingstad en vormt een gesloten vuurfront met kruisvuur en flankering van de Bastions en Ravelijnen, in meerdere lagen.

Om een idee te krijgen, wat begin 17e eeuw een effectieve schootsafstand was, heb ik de schootsafstand voor het flankeringsvuur gemeten.

In dit geval dus de afstand van de linkerflank van Bastion 10 naar de Saillant van Bastion 11. Dit is 200m.

Dit is wel een flinke afstand voor de zwart buskruit wapens van die tijd.

Hier staat u aan het beginpunt van de rode pijl op Bastion 10 en kijkt u in de pijlrichting naar Bastion 11.

Om met een Musket op bewegende doelen te schieten, is dit wel erg ver weg.

De conclusie is dus, dat voor dit flankeringsvuur voornamelijk kanonnen gebruikt zullen zijn.

De verdere ontwikkeling in de vestingbouw zal dit ook duidelijk maken, waarbij een toenemend aantal kanonnen voor dit flankeringsvuur  opstellingsruimte moesten vinden.

Links uiteraard de hoofdwal (Courtine), welke de Bastions verbindt.

Hier kijkt u terug van bastion 11 naar bastion 10.

Nu met Courtine rechts.

Halverwege deze Courtine, aan de binnenzijde, is het kleine kruitmagazijn op de volgende foto.

Dit is dat kleine kruitmagazijn. Hier lag een voorraad buskruit in Kardoezen. Deze vormden de schietvoorraad voor de kanonnen, welke in deze omgeving op de wal en Bastions stonden.

Tot het einde van de 2e Wereldoorlog, was bij het meeste geschut de drijflading gescheiden van de granaat.
Voor hele grote kanonnen is dat nog steeds zo.

Voor de gladde loop voorlaad kanonnen (in gebruik tot het 3e kwart van de 19e eeuw), was de procedure als volgt:
Eerst werd de Kardoes met buskruit in de loop gedaan en aangestampt, vervolgens werd de kanonskogel in de loop gedaan en het kanon afgevuurd.

Dit is het Laboratorium in bastion 9, gebouwd in 1864.

In dit gebouw werd het buskruit uit houten vaatjes gehaald, afgewogen en in de juiste hoeveelheden in linnen of zijden zakjes gedaan, z.g. Kardoezen.

Het buskruit werd dus in houten vaatjes aangevoerd. Het werd vanuit het Groot Kruitmagazijn, met kruiwagens naar het Laboratorium vervoerd.

Dit is het groot Kruitmagazijn (gebouwd in 1838) in Bastion 11.

Vanwege het ontploffingsgevaar was het Laboratorium dus in Bastion 9 gebouwd, zodoende zijn de gebouwen ca. 400m van elkaar gescheiden.

In oorlogstijd veroorzaakte dit dus flink wat heen en weer rennen met kruiwagens vol buskruit.

Eerst van het Groot Kruitmagazijn naar het Laboratorium, van het Laboratorium naar de Kleine Kruitmagazijnen en vandaar naar de kanonnen.

Dit grote kanon schijnt ook nog een tijdje op de Gorinchemse vestingwallen te hebben gestaan.

Het was opgesteld als instructiebatterij voor de vestingartillerie.
Het is een z.g. 24 cm IJzer.

Het was een afgedankt stuk kustgeschut, wat in 1870 in de Nederlandse bewapening opgenomen was.

Gegevens:
Fabrikaat Finspong uit Zweden
Kaliber 24 cm.
Bereik 3 km.
Vuursnelheid 1 schot per 4 minuten.
Getrokken loop met 5 trekken.
Pivot raamaffuit
Totaalgewicht 22.710 kg.

Een gerestaureerde versie is in Hellevoetsluis te zien, zie ook:
http://www.fronttaal.info/nieuws/reconstructie-kanon
http://www.youtube.com/watch?v=4SF1g8Si5jI

De 24 cm IJzer was in 1870 aangeschaft. Het kanon was van de eerste generatie z.g. "getrokken" geschut.

Voorheen had de ronde kanonskogel de eigenschap, dat hij door de luchtweerstand op den duur ging zwabberen, waardoor er nooit precies geschoten kon worden.

In de tweede helft van de 19e eeuw werd dit probleem opgeslost met de uitvinding van de z.g. getrokken loop.

Er werden groeven in de loop aangebracht in een lichte spiraalvorm.

De kogel kreeg een sigaarvorm, met nokken, welke in de groeven pasten.

Hierdoor verliet de kogel om zijn as draaiend de loop van het kanon, wat een gyroscopisch effect geeft, waardoor de kogel rechtdoor bleef gaan.

De granaat was geboren. De nokken werd later vervangen door een zacht metalen ring, welke in veel fijnere groeven in de kanonloop grijpt.
Dit zijn kanonniers van de 20e afdeling veldartillerie, tijdens een oefening op de vestingwallen van Gorinchem, in 1912.

Gezien de positie van de Watertoren op de achtergrond, zijn de kanonnen opgesteld achter de borstwering aan de linker Face van Bastion 9.

Het kanon is de z.g. "8 staal".
Dat is een stalen kanon met kaliber van 8 cm.

Aangeschaft bij Krupp in Duitsland in 1880. Het exacte kaliber was 84 mm de maximum dracht 5000m.

Het Nederlandse leger gebruikte deze oude kanonnen nog tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

En zelfs met enig succes, op 10 mei 1940, gedurende de slag om Mill in de Peel-Raam stelling.

In 1922 werd de vestingartillerie opgeheven en gereorganiseerd tot veldartillerie. Dit zijn dus artilleristen van die veldartillerie, tijdens een oefening in 1935 op de Gorinchemse vestingwallen, met hun gemodificeerde vestinggeschut. De modificatie bestaat uit de brede stalen hoepen, welke om de smalle raden zijn aangebracht.
Dit moest in het veld, het wegzakken van de kanonnen verminderen.
Het voormalig vestinggeschut was namelijk veel te zwaar om als veldartillerie te gebruiken.
De kanonnen staan hier opgesteld achter de borstwering van de rechter face van Bastion 9.
Op de achtergrond is korenmolen De Hoop te zien op bastion 8.
De kanonnen zijn de z.g. "12 lang staal". Ofwel een stalen kanon, met een kaliber van 12cm en 12 calibers lang, zijnde het lange model.
Aangeschaft bij Krupp in Duitsland in 1878. Het exacte caliber was 125 mm en het maximum bereik was 7500m.

Het Nederlandse leger gebruikte deze oude kanonnen nog tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.
Achteraf is gebleken, dat dit het meest actieve en meest succesvolle geschut is geweest, wat tegen de Duitse inval in Mei 1940 werd gebruikt.

Gelukkig is Gorinchem toen buiten de strijd gebleven, anders was het waarschijnlijk geheel verwoest. 

In 1844 werd op 4 km ten oosten van Gorinchem fort Vuren gebouwd. Hierdoor kwam Gorinchem in 2e linie te liggen en functioneerde daarna als garnizoenplaats en magazijn voor het zuidelijke deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Op deze foto ligt op de achtergrond  Bastion 8. Rechts is nog de gevel van één van de twee buskruitmagazijnen te zien.
In 1815 werd de Dalemsedijk aangelegd (op de voorgrond), als verlengstuk van de Waaldijk en rechtdoor getrokken over het 1e Ravelijn en de vestingwal heen. Daarvoor kon het rivierwater tussen de vestingwal en de Lingsesdijk vrij binnenstromen tot aan de Spijksedijk. Zie de kaart hieronder.
Hier is de geweldige vestingdriehoek aan de Merwede te zien, met links- boven Gorinchem, midden onder het kleine vestingstadje Woudrichem en rechts het (door vestingwallen omgeven) kasteel Loevestein.

Heden nog allen aanwezig met hun vestingwerken in min of meer originele conditie uit de 17e eeuw. 

Deze drie vestingen maakten later allen onderdeel uit, van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Deze kaart geeft overigens niet de inundaties aan, maar de onbedijkte gebieden, welke bij hoge waterstanden onderliepen.

Fort Vuren is hier nog niet aangegeven.

De ontwikkeling van het Bastion:
  1. De eerste Bastions, naar Italiaans ontwerp, voor de Courtine.
  2. Het verbeterde Italiaanse systeem, met twee niveaus voor flankeringsgeschut.
  3. Het Oud Nederlandse systeem, met de Bastion flanken in een rechte hoek op de Courtine.
  4. Het verbeterde Nederlandse systeem, met de Bastion flanken in een rechte hoek op de Facen van de naburige Bastions.
  5. De beroemde Franse vesting- ontwerper Vauban verbeterde het Bastion, door het te voorzien van beschermde flanken.
  6. Zijn belangrijkste opponent, Menno van Coehoorn, verbeterde het  Bastion nog meer, met nog meer ruimte voor flankerend geschut en een nog betere bescherming, door een breder en hoger Bastion hoofd. Dit werd het Nieuwe Nederlandse systeem genoemd.
Als te zien, op de plattegronden en de topografische kaart, heeft Gorinchem vestingwallen volgens het Oude Nederlandse systeem.

Echter op deze vliegerfoto van Bastion 8 blijkt, dat aan de linkerzijde, er geen rechte hoek met de Courtine is.
Dit komt, doordat (verder naar links) de Courtine  zelf een rechte hoek maakt. In dit geval is de flank van Bastion 8 dus wel recht t.o.v. de Face van Bastion 7 gepositioneerd.

Op Bastion 8 is achter de Molen een 2e borstwering te zien, waarachter kanonnen opgesteld konden worden. Bastion 8 moest de rivier en de dijk verdedigen. Hiervoor was dus meer vuurkracht nodig.

Bastion 8 heeft niet alleen twee niveaus voor het opstellen van geschut, maar heeft ook twee grote kruitmagazijnen, welke in de keel van het Bastion gebouwd zijn.

Er is schijnbaar op geanticipeerd, dat vanaf dit Bastion ook meer geschoten zou worden. 

Deze  gebouwen zijn van zeer dik gewelfd metselwerk gemaakt en met een dikke laag grond overdekt.
Deze gebouwen worden aangeduid met de term "bomvrij".

Dat wil zeggen, dat ze de eerder beschreven buskruitbommen konden weerstaan.

Dit is de binnenzijde.

Hier is duidelijk de dikte van de gevelmuur te zien.

En deze muur is nog maar de zwakste muur, afgekeerd van de eventuele vijandelijke schietrichtingen.

Met de dikte van deze muur, is rekening gehouden met drukgolven en rondvliegende grote scherven, van achter het gebouw neerkomende "bommen".

De deuren en raamblinden zijn ook scherfvrij gemaakt.
Dit wordt bereikt door ze te maken uit drie lagen planken, kruislings over elkaar, tot een totale dikte van 6 cm.

Alle deur- en raamscharnieren zijn gemaakt van fosforbrons, om vonken tegen te gaan.

Dit natuurlijk i.v.m. het explosiegevaar van de buskruitopslag.

Dit is op Bastion 8 (rechts is een stukje van de balustrade van korenmolen De Hoop te zien).

Mannen van de vestingartillerie oefenen in 1892 met het takelen van een oude kanonloop.
Vroeger werden kanonlopen en affuiten vaak apart opgeslagen en moesten dus regelmatig kanonlopen van, of op de affuiten worden getakeld.
Wanneer je goed kijkt, zijn er opgesteld achter de borstwering, kanonnen te zien.
Aan de affuit van de meest linkse te zien, betreft het hier de "12 lang staal".
In die tijd, behoorde de "12 lang staal" tot de meest moderne artillerie stukken van het Nederlandse leger.

Deze foto is genomen vanaf korenmolen De Hoop, op Bastion 8, waarschijnlijk begin 20e eeuw.

Hier is zelfs een ansichtkaart van gemaakt, terwijl er per ongeluk een stukje militair terrein met kanonnen op te zien is.

Er zijn vier kleine kanonnen te ontdekken. Deze kanonnen staan op een slank en hoog affuit, met een lange spindel, waarmee de elevatie van de kanonloop versteld kan worden.

Ze lijken erg veel op deze, uit 1888.

Dit is een brons kanon met een kaliber van 8 cm en een bereik van 3500 m.

Het is hoog gemonteerd, op een simpel affuit, d.m.v. een ijzeren A-frame.

De hoogte is nodig voor opstelling achter borstweringen, op vestingwallen. Dit is dus typisch vestinggeschut.

Midden op deze foto is de Dalempoort. Links daarvan is dus de eerder besproken haakse hoek in de vestingwal te zien.

Tussen de dalempoort en deze hoek, staan de huizen erg dicht tegen de vestingwal.
De vestingwal gaat hier dan ook over in een hoge geplaveide straat, met een gemetselde borstwering, voorzien van uitsparingen voor de kanonlopen.

In vestingtermen heten deze uitsparingen "Embrasures".

Dit is die Dalempoort, gebouwd in 1597 en de enige overgebleven stadspoort.

Hij overleefde dus de 80 jarige oorlog, twee oorlogen met de Fransen waaronder twee Pruisische belegeringen.

In de winter, wordt het meestal één of twee maal hoog water, waarbij het water tegen de vestingwallen staat.

Daarom worden er elk najaar schotbalken in de Dalempoort gezet.
Het is een dubbel rij schotbalken, welke in sleuven in de zijmuren van de poort passen. De tussenruimte wordt dan opgevuld met een mengsel van grond in koeienpoep, wat al eeuwen een waterdicht mensel blijkt te zijn.
 

Dit is een gravure, gemaakt vanaf de korenmolen De Hoop, kijkend richting Dalempoort.

Hier is te zien, dat de vestingwallen weinig, of geen beplanting hadden en strak onder profiel werden gehouden.

De grote industriële machine van voor de industriële revolutie, was wel de windmolen. Het was belangrijk, dat deze goed wind konden vangen, dus werden ze geplaatst aan de randen van dorpen en steden.
Dus bij een vestingstad was dat op de vestingwallen.

Dit is de oostflank van Bastion 6.
Aan de zuidoostzijde van de stad, zijn de vestingwallen aan de buitenzijde voorzien van een gemetselde bekledingsmuur, tot ongeveer 4m hoogte.

Dit geeft een extra hindernis tegen een bestorming, maar dit is niet het hoofddoel. Het doel is, om de vestingwallen aan de rivierzijde tegen erosie te beschermen, omdat bij hoog water in de winter, het rivierwater direct langs de vestingwallen stroomt.

De schietgaten voor flankeringsvuur, in de borstwering zijn na 1894 gemaakt, toen de Waterpoort werd afgebroken.
Het kasteelachtige gebouw achter de muur is de Tolkazerne.

Dit is een foto van de voormalige Waterpoort.

In die tijd waren er nog geen bruggen over de grote rivieren. Bij Gorinchem was er een belangrijk veer en al het verkeer tussen Amsterdam, Brussel en Parijs moest de Waterpoort passeren, om bij dit veer te komen.
Eind 19e eeuw was de Waterpoort, een obstakel geworden voor het groeiende drukke verkeer.

Ook het militaire nut van een stadspoort was vervallen. Zo'n stadspoort vormde een mooi doel voor vijandelijke artillerie.
Dus in 1894 werd de Waterpoort uiteindelijk afgebroken.
Maar de binnengevel werd weer opgebouwd in het rijksmuseum in Amsterdam.

Waar de stadspoorten werden afgebroken, bleef een niet overdekte doorgang in de vestingwal.
In vestingtermen wordt dit een Coupure genoemd.
De zijden van de Coupure werden bekleed met dikke gemetselde muren.

In deze muren zijn ook rijen met sleuven aangebracht, t.b.v. schotbalken tegen hoog water.
Dit omdat de vestingwallen hier ook als hoofdwaterkering dienen.

Echter er is nu ook een hydraulisch bediende waterkering voor de Coupure, welke oprijst uit de straat.

De schietgaten links, zijn afgedekt met een pantserplaat van 1cm dik, welke platen weer voorzien zijn van kleine schietgaten voor geweer.

Wanneer een vestingstad gelegen is aan een rivier, dan is er een extra vesting technische uitdaging:

Om volstromen van de polder te voorkomen, zouden de rivierdijken moeten aansluiten op de vestingwallen.
Maar dat zou dan een vijand een makkelijke toegang tot de vesting verschaffen.

Als oplossing bedacht men een stuk puntige stenen dijk als aansluitstuk op de vestingwallen. De vijand kon daar niet overheen komen. Ook werden hierop puntige hekken, of ronde stenen pilaren geplaatst. Dit geheel wordt Stenen Beer, of kortweg Beer genoemd.

De weg werd dan vanaf de dijk onderlangs, via een ophaalbrug, over de vestinggracht naar een poort geleid.

Binnen Bastion 6 staan deze toch wel zeer luxe uitgevoerde artillerie loodsen, uit 1838.

Hier konden de artilleristen aan onderhoud van hun kanonnen, affuiten, wagens en tuigage werken.

Dit is de noordzijde van de Tol Kazerne in Bastion 6.

Deze is gebouwd in 1598, gedurende de bouw van de nieuwe vestingwallen.

Het werd eerst gebruikt als "Tolhuys" voor het heffen van tol van de langs Gorinchem varende schepen.

Later werd het gebouw als kazerne gebruikt, vandaar de huidige naam.

Zoals u inmiddels wel begrepen zult hebben, wandelen we nu al een tijdje (met de klok mee, maar tegn de bastion nummering in) over de Gorinchemse vestingwallen.

Daarbij uitleg gevend betreffende de vesting gerelateerde zaken, welke we tegenkomen.

Tussen Bastion 6 en 5, kunt u (de stad in kijkend) het Arsenaal zien, uit 1755.
Dit was het groot magazijn voor de militaire voorraden in Gorinchem.
Het is nog lang in gebruik geweest en staat ook wel bekend als MOB complex, refererend aan opslag t.b.v. mobilisatie van het Nederlandse leger.

Nu zijn er woningen in gemaakt.

En in de Courtine, tussen deze Bastions, kunt u een trapje af, om dit kleine buskruit kardoezen magazijn te bekijken.

Op de achtergrond ziet u de westzijde van de Tolkazerne.

Dit zijn de kazernes rond het exercitieplein.

Links is de Citadelkazerne, gebouwd in 1901. Rechts is de Willemskazerne, gebouwd in 1826 en in het midden de kantine, uit 1917.

Gorinchem werd als garnizoensstad opgeheven in 1967 en dit alles werd helaas gesloopt in 1969.
Ook de karakteristieke commandant woning, links onder, die ook in 1917 was gebouwd.

Dit op de heuvel in Bastion 3 (voorheen 4) geplaatste kanon is ook een 24 ponder. Het kanon staat op een speciaal affuit, waarmee dit kanon onder een grote opwaartse hoek kan schieten en dus als Houwitser (krombaangeschut) gebruikt zou kunnen worden. In deze functie afgevuurd is de horizontale terugslag naar achteren minder, wat dan de korte terugloop voorziening aan het affuit zou verklaren.

Deze kanonnen konden (behalve ronde massieve ijzeren kogels) ook explosieve granaten verschieten. Deze "granaten" waren dan holle kanonskogels, gevuld met buskruit, zoals eerder uitgelegd. Dus een kleinere versie van de mortierbom. Gedurende de belegering door de Pruisen, werden deze granaten door de Gorkummers "Houwitzer" genoemd.

Als eerder genoemd, is eind 19e eeuw Bastion 3 en de helft van Bastion 4 van de vestingwallen afgesneden door de aanleg van het Merwedekanaal.

Ter compensatie van deze grote verzwakking in de vestingwerken is toen in het overgebleven Halfbastion 4 een Capponière gemaakt. Een Capponière is een vestingbouw term voor een uitbouw aan de hoofdwal ter flankering van de gracht. Meestal komt men die bij forten tegen, dit is dus een redelijk uitzonderlijk exemplaar in de vestingwerken van een vestingstad. Dit maakt Gorinchem uniek en aantrekkelijk voor vesting liefhebbers.

In dit geval gebouwd als een bomvrije Kazemat, gewelfd gemetseld uit baksteen met hele dikke muren.

De Capponière is aan vijandzijde voorzien van een gronddekking en heeft aan de andere zijde een in een bocht lopende gevel met schietgaten.

Om de vijand te beletten, om bij de schietgaten te komen, is ervoor nog een grachtje met een ophaalbrug naar de toegangsdeuren.

De Capponière moest uiteraard de bruggen over het kanaal bestrijken en flankerend vuur geven langs de wal, helemaal tot aan Bastion 2.

Voor dit doel was de Capponière in oorlogstijd uitgerust met 4 Gardner M90 mitrailleurs.

Dit is een deel van het interieur van de Capponière.

Onder de grote schietgaten, zien we de muur affuiten voor de Gardner M90 mitrailleurs.

In het plafond zijn grote schoorstenen, voor het afvoeren van de kruitdampen van de mitrailleurs.

Links zien we de achtermuren. Hierin zijn twee munitie nissen, die vroeger voorzien waren van houten deuren op rails. De rails is er nog, hieraan zijn nu de fotolijsten bevestigd.

 

Op deze foto is te zien, hoe de Gardner mitrailleur werd gebruikt, bevestigd op de muur affuiten.

Met handwielen kon de azimut richting en de elevatie ingesteld worden.

Het verticale magazijn was voorzien van een sleuf, waarin de patronen met de achterrand van de patroonhuls haakten en dus naar beneden konden glijden.

De patronen lagen dus gewoon boven op elkaar en werden door zwaartekracht in het afvuurmechanisme getransporteerd.

Dit is een mooie replica.
De Gardner M90 had twee lopen, om oververhitting tegen te gaan. De lopen zijn gevat in een mantel, waar ook nog koelwater in gegoten kon worden.

De Gardner mitrailleur werd in 1874 uitgevonden in Amerika door William Gardner en in 1877 nog wat verbeterd.
Het was na de Gatling Gun één van de eerste mitrailleurs en nog met de hand aangedreven.

De goed haalbare vuursnelheid was 400 schoten per minuut en dit bleek de meest praktische, meest betrouwbare en goed- koopste mitrailleur van die tijd te zijn.
Dit stukje gereedschap bezat dus alle eigenschappen, die wij Nederlanders waarderen, vooral de laatste van de drie.

Een hele mooie animatie, welke laat zien, hoe deze vroege mitrailleur werkte, vind u hier: http://www.youtube.com/watch?v=xPnIIM4Il9U

Op deze tekening uit 1739 zien we de Arkelpoort (afgebroken in 1857) met een brede gracht, wat nu "Het Paardenwater" heet.

De toegang gaat over een lange, van bogen gemetselde brug, met zelfs aan beide uiteinden een ophaalbrug.

De brede gracht was essentieel voor een sterke vesting. De brede gracht was het belangrijkste middel tegen bestorming van de vesting.

Dit zijn twee geschutsheuvels ("Katten") in Bastion 2.
Wat verder zien we deze heuveltjes.
Die zijn onderdeel van een zogenaamde "Batterij".
Een Batterij is een opstelling van een aantal kanonnen bij elkaar.

In dit geval voor 2 kanonnen. De kanonnen werden gescheiden en beschermd door deze traverse heuveltjes. Een Traverse is een heuvel, die vanaf de hoofdwal naar achteren loopt, waartussen de kanonnen werden opgesteld. Wanneer er toevallig een granaat bij één van de kanonnen viel, werd de andere hierdoor beschermd en waren de kanonnen niet allebei tegelijk buiten werking.
Helaas verkeren de Traversen in zeer vervallen staat, want ze worden door de gemeente Gorinchem niet onder profiel gehouden (kleine moeite, groot plezier).

Op dit fragment van een tekening, gemaakt door de Eerst aangewezen Ingenieur der Genie, aan het begin van de 20e eeuw, is de batterij aangegeven.

Verder is aangegeven, dat het twee kanonnen waren 8 cM.Br., dus bronzen kanonnen, met een kaliber van 8 cm.

De kanonnen bestreken de noordelijke toegang tot de stad over het Paardenwater.

Verder kunnen we lezen, dat het schootveld beperkt was tot 30º, waaruit af te leiden valt, dat de borstwering, waarover nu het bovenste wandelpad loopt, hoger was en dat deze was voorzien van Embrasures.

Door de hoge borstwering waren de kanonnen goed beschermd, maar de Embrasures beperken het schootsveld.

Hier zien we de Stenen Beer, bij het Paardenwater. Deze Beer vormde de aansluiting van de Arkelsedijk aan de vestingwallen. Op de stadsplattegrond uit 1649 is te zien, dat deze Beer aansloot op een Ravelijn in de vestinggracht en dat er in het verlengde van deze Beer nog een Beer lag, die uiteindelijk aansloot op de Arkelsedijk.
Tegenwoordig sluit de Beer via de Concordia sluis op de Arkelsedijk aan.

De obstakels op de Beer zijn hier gemetselde pilaren en worden "Monniken" genoemd.

De datum in de steen is de datum, waarop de Beer voor het laatst is vernieuwd. In 2004 is het metselwerk gerepareerd.

Dit zijn kanonnen met een kaliber van 18 pond op een veldaffuit, geplaatst op Bastion 1.

Dit zware type veldaffuit is lang in gebruik geweest, vanaf de 17e eeuw tot in de 2e helft van de 19e eeuw.

Na WO1, was het duidelijk, dat door de meer precieze en veel krachtigere moderne artillerie, het onverstandig was geworden om troepen, munitie en wapens op een enkel punt samen te trekken, zoals op forten.

De troepen en wapens moesten meer verspreid worden opgesteld in kleinere posities en loopgraven. Maar ook dan was er extra bescherming nodig tegen veldartillerie en vliegtuigen. Voor dit doel maakte het Nederlandse leger in het Interbellum, instructie boekjes, het Voorschrift Inrichting Stellingen (VIS).

Het waren praktisch instructies, hoe loopgraven, mitrailleurnesten en kleine gewapend betonnen Kazematten en schuilplaatsen te maken. Met tekeningen van een paar standaard typen.

In Gorinchem werd de eerste van deze zogenoemde VIS- kazematten gebouwd in 1930, in de linker Face van Bastion 11, om de Spijksedijk te bestrijken.
Deze eerste VIS-kazemat is weer een zeer aantrekkelijk item en historisch erg belangrijk, maar helaas niet toegankelijk en beklad met grafitty.

Deze VIS-kazemat heeft na de ingang (1) een gangetje (2) met van daaruit toegang naar twee gescheiden kleine ruimten.
De toegangen (3) tot deze ruimten konden als gassluis dienen.
Ruimte 4 was de afwachtingsruimte en ruimte 5 was de gevechtsruimte, voorzien van een getrapt schietgat.

De meeste van deze kazematten waren ingericht voor een zware mitrailleur, echter sommigen voor een klein kanon.
De VIS-Kazemat in Gorinchem was bewapend met een klein kanon.

De VIS-Kazemat in Gorinchem is eind zeventigerjaren afgesloten.

De laatste keer, dat ik erin was, was ik nog een tiener, ergens rond 1973.
We speelden met wat vriendjes in en rond de Kazemat. Ik herinner mij nog gezeten op zo'n bankje, door het schietgat kijkend naar de Spijksedijk.

Dit is een foto van een andere VIS-Kazemat, welke er hetzelfde uitziet.
De gevechtsruimte is ook voor een klein kanon.

Echter ik herinner mij, dat de schuif voor het schietgat anders en meer robuust was.

Hier is de originele schietgat pantserplaat te zien, met afsluitschuif op rolletjes.

De soldaten oefenen tijdens de mobilisatie in 1939, met de watergekoelde Schwartzlose zware mitrailleur.

De gevechtsruimten voor de mitrailleur hebben een smal betonnen tafeltje in het midden, voor ondersteuning van de achterpoot van het driepoot statief van de Schwartzlose mitrailleur.
De achterpoot heeft een kleine zitting voor de schutter.

De gasmaskers zijn verbonden met buizen in de muren, naar de buitenlucht, omdat na enig schieten de ruimte zich met kruitdampen vulde.

Het kanon wat in de VIS-Kazemat in Gorinchem gemonteerd werd, was een oud kanon op Kazemat affuit, wat uit een fort van de Stelling van Amsterdam was gesloopt.

Op het plaatje is een dergelijk kanon te zien, zoals gemonteerd in de forten van de Stelling van Amsterdam.

Het kanon had een kaliber van 6 cm.
Toegepast in een VIS-kazemat, was het bedoeld als anti-tank geschut.
Echter de vuursnelheid was voor die toepassing eigenlijk onvoldoende.

Dit is het laatste militaire gebouw, wat in Gorinchem is gebouwd, in Bastion 11. Het is een instructiegebouw, wat in 1950 is gebouwd. In 1958, werd hierin een geheim radio afluisterstation gevestigd. Het was onderdeel van het 105e Radio Verkenning Bataljon, wat vanaf 1955 in de Citadelkazerne in Gorinchem gesta- tioneerd was. Ze hadden ook radioruim- ten op de zolder van de Willems kazerne. Deze radio afdeling werd in 1957 de 905e Radio Verkenning Compagnie, in 1959 de 894e radio Verkenning Compagnie en in 1962 de 890e Radio Compagnie. In 1965 werd het 898e Radio Bataljon opgericht, met 2 radio Compagnieën, de bestaande 890 en een nieuwe 105e Compagnie Mobiel. Ze verhuisden in 1967 naar Eibergen. Dat betekende het einde van de militaire rol van Gorinchem.
Terug naar Index Kaart

Bijgewerkt op 02-04-2016